Nederlandse Osho Boeken 1
|
BESPREKING VAN BEHIND A THOUSAND NAMES
Pas in 1996 is dit boek uit het Hindi in
het Engels vertaald. Maar daarna konden we er dan ook met volle teugen
van genieten.
Want, het is echt genieten wat je bij het
lezen van dit boek doet!
Het boek gaat over de Nirvana Upanishad.
Maar in Boeddha's tijd was het vuur van de Upanishads al gedoofd en er was niet meer dan as over op de plek van het eens laaiende vuur. Dit kwam doordat priesters en geleerden zich de wijsheid hadden toegeëigend. En deze mensen denken dat ze weten, zonder echt te weten. En zo wordt levende kennis de nek omgedraaid. Men beheert geen wijsheid meer, maar men beheert in werkelijkheid slechts as. '' Het woord 'nirvana' is prachtig'', zegt Osho'' Boeddha hield ermee op om de woorden “God”en “ziel” te gebruiken, omdat hij vond dat ze bedorven waren door het veelvuldige gebruik, door het vele van mond tot mond gaan. Maar zelfs iemand als Boeddha kon uiteindelijk het woord “nirvana” niet laten vallen. En niet alleen dat, maar Boeddha stelde bij de hele zoektocht de realiteit van nirvana centraal. Misschien weet niet iedereen precies wat het woord 'nirvana' betekent. Dit woord wil zeggen, dat er als het ware “een lamp uitgaat”.
En je kunt je hierbij het volgende
voorstellen. De vlam gaat uit, maar hij kan niet worden vernietigd, dat is onmogelijk. Dat wat echt is, wat bestaat, kan nooit teniet gedaan worden. Er is alleen sprake van een verandering van vorm, de vorm wordt getransformeerd. De vlam verdwijnt in die vorm waar hij uit gekomen is. Boeddha zei altijd: '' Het verdwijnen van de vlam, noem ik de “nirvana van het licht”. En precies zo noem ik, wanneer op een dag het ego van iemand opgaat in het oneindige, dit 'het nirvana van het individu.'' Deze lezingen van Osho over de Nirvana Upanishad zijn ingebed in een meditatiekamp in Mount Abu, in Rajasthan. Daarom vraagt Osho de deelnemers enerzijds naar zijn uitleg over deze Upanishad te luisteren en daarnaast ook de Upanishad echt te “doen”.
Deze uitleg begint Osho met in te gaan op
het woord AUM, omdat de soetra zo begint.
In de Nirvana Upanishad komt verder aan de orde, dat de mind zich tot haar wezenlijke taak moet beperken. Dus: als er gesproken dient te worden, dan is de mind in het spel en daarbuiten niet. Het is niet gezond dat als het spreken voorbij is, de mind doorgaat met de inner chattering, het geklets moet niet binnenin je doorgaan. De mind is een goed middel om dingen tot uitdrukking te brengen. En verder is zij helemaal niet nodig. Maar de mind gebruiken is een gewoonte geworden. Als we zitten of slapen, gaat de mind door met werken; we dragen een zieke mind in ons.
Als illustratie hierbij wordt het verhaal
van de drie Gandhi-aapjes genoemd. Het is een beeldje met één aapje dat
zijn handen voor de ogen houdt, het tweede aapje zit met de handen over
de oren en het derde aapje zit met zijn handen voor zijn mond. Mahatma
Gandhi gaf de volgende uitleg: het eerste aapje geeft aan dat je het
kwade niet moet willen zien, het tweede aapje drukt uit, dat je geen
slechte dingen moet willen horen en het derde aapje geeft weer, dat je
niets slechts moet zeggen. Deze verklaring van Gandhi gaat over de uiterlijke wereld en de drie aapjes gaan over de innerlijke wereld. De echte betekenis van de drie aapjes is: kijk niet, tenzij er een echte behoefte van binnen uit zich bij je aandient. En hetzelfde geldt voor het luisteren en het spreken. De behoefte daartoe moet zich wezenlijke binnen in je voordoen.We moeten de mind gebruiken voor datgene waarvoor hij bestemd is en voor wezenlijke zaken dienen we bij onze innerlijke wereld te rade gaan.
Dit boek staat zo vol met verrassingen.
Sommige ben je zeker eerder tegen gekomen. Maar in een andere context
geven ze weer nieuwe inzichten.
'' Om de spirituele zoektocht te beginnen'',
zegt Osho '' zijn twee vleugels vereist. De ene vleugel is de wil en de
andere vleugel is overgave.'' Je komt op je pad verschillende wijzen tegen, die de waarheid voor je ontvouwen, maar of het de uiteindelijke, de allerhoogste waarheid is? Een Christelijke priester en een Joodse rabbi waren buren. En af en toe hadden ze heftige discussies. Op een dag zei de priester tegen de rabbi: '' We doen allebei het werk van God, we werken allebei voor de waarheid - hoe komt het dat we vaak toch met elkaar in de clinch liggen?''. De rabbi antwoordde:'' Dat klopt. Maar jij werkt voor de waarheid, zoals jij hem ziet en ik werk voor de waarheid zoals God die ziet. Daarom zijn we in discussie''
Waarom heeft dit boek de poëtische titel “
Behind a thousand names”? Mulla Nasroeddin zat in de trein en op een bepaald moment begon hij hardop te lachen. Hij zat met gesloten ogen, dus hij lachte niet om iemand. En de mensen die in dezelfde coupé zaten, verbaasden zich daarover. Toen Mulla hiermee door ging, begon iemand hem te vragen, waarom hij steeds in de lach schoot. Mulla zei: '' Stoor me niet! Ik vertel mezelf moppen.'' En hij sloot zijn ogen weer en schoot regelmatig in de lach. Maar af en toe maakte hij ook geluid alsof hij zat te mopperen. Daarom gingen zijn medepassagiers weer door met vragen.
'' Waarom maak je soms tussendoor van die
vervelende afkeurende geluiden?'' En Mulla antwoordde: '' O, sommige van
die moppen zijn zo oud!'' |