
Osho Boeken Besproken
Nederlandse Osho Boeken 1
pagina 2
pagina 3
pagina 4
pagina 5
pagina 6
Engelse Osho Boeken 1
pagina 2
pagina 3
pagina 4
pagina 5
pagina 6
pagina 7
pagina 8
pagina 9
pagina 10
pagina 11
pagina 12
pagina 13
pagina 14
pagina 15
pagina 16
pagina 17
pagina 18
|
BESPREKING VAN GUIDA SPIRITUALA,
ON DESIDERATA OF MABEL COLLINS
Het olijkste koppie uit het hele
universum kijkt je aan, als je dit boek onder ogen krijgt. Je kunt je
ogen er bijna niet vanaf houden.
Waar hebben ze die foto van Osho gevonden, vraag ik mij af.
Dit boek Guida Spirituala met een voorwoord van onze musicus Milarepa
gaat over de Desiderata.
De Desiderata is een klein, maar toch enorm belangrijk document en het
is regelmatig helemaal in het niets verdwenen. Vervolgens kwam het dan
weer te voorschijn, zoals dat vaker gebeurt met waardevolle documenten.
Osho concludeert: '' Zo gaat dat met de waarheid. Die verdwijnt ook en
komt dan terug. En dat komt door de blindheid en de koppigheid van de
mensen.''
De Desiderata is waarschijnlijk door een onbekend gebleven dichter
geschreven, maar wel door een dichter die bijna een mysticus genoemd kan
worden.
Om dit te begrijpen kijken we eerst naar het verschil tussen een
filosoof en een mysticus.
|
 |
Osho heeft het niet erg op met filosofen; het zijn geen zoekers
naar waarheid.
Ze blijven in het denken steken.
En hij omschrijft dit zoeken in het denken als volgt. Filosofie
is het zoeken naar ''a black cat in the dark which is not there''.
En in dit boek Guida Spirituala heeft hij het dan ook niet over
de filosoof, maar over de foolosoof. |
En hij
vertelt het verhaal, dat zo' n foolosoof bij Boeddha kwam en allerlei
vragen stelde.
Boeddha antwoordde daarop: '' Stop nu eens met al die vragen en kom maar
eens twee jaar in stilte bij me zitten. Geen vragen, geen antwoorden.
Alleen maar stil bij me zitten. En als je dan na twee jaar nog steeds
een vraag hebt, ben ik bereid om die te beantwoorden.''
De man zei:'' Dit is vreemd, want ik ben bij heel veel filosofen en
religieuze denkers geweest en die gaven altijd antwoord. Dit is geen
manier van antwoorden.'' Boeddha zei: '' Ja, je bent bij vele filosofen
geweest, maar heb je ook antwoord gekregen?'' Hij zei: ''U hebt gelijk.
De antwoorden die zij gaven hebben alleen maar meer vragen gebracht.''
Dus Boeddha stelde hem voor de keuze: wilde hij meer vragen krijgen of
wilde hij verder gaan dan het spel van vraag en antwoord.
De filosoof dacht diep na. Hij was nu al bij zoveel zogenaamde meesters
geweest en hij was er niets mee opgeschoten. En hij was al zestig jaar,
hij had niet eindeloos de tijd meer.
Dus zei hij tegen Boeddha: ''Okay, ik ga in stilte bij u zitten, maar
vergeet niet wat u beloofd hebt.'' Op dat moment barstte een discipel
van Boeddha die onder het gehoor was in lachen uit.
Deze discipel was Mahakashyapa. De foolosoof /vragensteller keek
verstoord naar deze man Mahakashyapa. Hij zei: '' Waarom lach je
eigenlijk?'' En Mahakashyapa zei: ''Ik lach niet om u, ik lach om
mezelf. Want bij mij is hetzelfde gebeurd. Deze man Boeddha zit vol
streken.
Hij vroeg mij ook om twee jaar stil bij hem te zitten. En, nu, na
twintig jaar heb ik nog steeds geen vragen. En hij gaat maar door. Als
hij me tegen komt, vraagt hij: '' Mahakashyapa, hoe zit het met je
vragen?''. En dan heb ik geen antwoord, want ik heb gewoon geen vragen
meer. Ik geniet van mijn wezen en dat ik besta. En natuurlijk is er
mysterie, maar vragen, nee, die heb ik niet. Deze man Boeddha heeft de
truc toegepast om me voor altijd stil te krijgen.''
Het verschil tussen een filosoof en een mysticus wordt hier dus absoluut
duidelijk.
En dan gaat het er nu over, in welk opzicht een mysticus zich van een
poëet onderscheidt.
Van de DESIDERATA waarover dit boek gaat, is niet bekend wie de dichter
is. Het moet een uitzonderlijk iemand zijn, zo stelt Osho vast. Veel
begaafde dichters konden niet tot een dergelijk meesterwerkje komen als
Desiderata is. Het is het wel een dichter geweest die een glimp van de
andere wereld heeft opgevangen.
Een mysticus is zich er absoluut van bewust dat wat hem overkomt, niet
uit hemzelf afkomstig is. Het komt uit een andere wereld. Hij is heel
erg blij dat hij als instrument, als medium gebruikt wordt om met zijn
geschrift waarheid in de wereld te brengen. De meeste geschriften van
mystici zijn dan ook anoniem.
Maar een dichter gaat er veelal van uit dat de poëzie die hij creëert
van hem zelf afkomstig is. Hij heeft nog ego in zich. Heel af en toe kan
hij een glimp hebben, als hij zijn ego vergeet. Dan raakt hij de wereld
die de mysticus toebehoort. Het nu volgende verhaaltje over Ramakrishna
maakt het verschil tussen de dichter en de mysticus nog meer duidelijk.
Ramakrishna stak met een paar discipelen in een kleine boot de Ganges
over. Toen ze in het midden van de rivier waren, begon hij plotseling te
schreeuwen, '' Waarom sla je me?'' De discipelen stonden voor een
raadsel en vroegen, ''Meester, wat bedoelt u?'' En Ramakrishna liet zijn
rug zien; deze zat vol rode striemen. Er kwam zelfs bloed uit.
Ramakrishna wees naar de overzijde van de rivier: daar zijn een paar
mensen iemand aan het afranselen. En toen zij bij de overkant waren
aangekomen, gingen ze naar de desbetreffende man toe, ontblootten zijn
rug en die zag er net zo uit als die van Ramakrishna. Ramakrishna was
een geworden met degene die geslagen werd.
Osho legt uit: een dichter is in staat tot sympathie. Maar een mysticus
kent ook empathie, eenwording met de ander.
In de Desiderata worden we aangespoord ons te richten naar de wijsheid
van de wijze. En we dienen onze weg in volkomen kalmte te gaan, dwars
door lawaai en gehaast heen, terwijl we steeds de vrede van stilte in
ons hebben.
In ons leven is snelheid steeds meer de manier van doen geworden. Waar
we heen gaan, wie maalt erom, als het maar snel gaat.
Een piloot sprak de passagiers toe: '' Het vliegtuig is geheel in orde.
Er is maar een tikkeltje slecht nieuws, voor de rest gaat alles goed.
Het slechte nieuws is dat we het contact met de aarde hebben verloren;
dus we weten niet waar we zijn en waar we naar toe gaan. Maar het goede
nieuws is dat we op volle snelheid vliegen.''
Hoe hard we ook gaan in het leven, een ding moeten we steeds vasthouden.
We moeten onszelf terug kunnen fluiten en er aan denken, hoeveel vrede
er is in de stilte. Als je iets van deze vrede hebt geproefd, ben je
enorm rijk; het is je innerlijke rijkdom. Daarvoor was je een bedelaar.
Stilte laat je vrede kennen en vrede leidt je tot het goddelijke.
Spreek naar anderen je waarheid rustig en duidelijk uit; en luister zelf
ook naar anderen, ook al zijn ze saai en onwetend; zij hebben namelijk
toch hun eigen verhaal.
In de vele groepen die ik op school les geef, ken ik meestal 'de grote
monden' het eerst. En ik zeg vaak tegen de leerlingen dat het niet bij
voorbaat een goed teken is als ik hen al snel ken.
Een tijdje observeer ik dan enkele verlegen jongens die eigenlijk nooit
iets zeggen. Vaak als ze iets zeggen, reageren de "de grote monden" daar
meteen op en bepaald niet op een vriendelijke manier.
Dan begint voor mij het werk. "De grote monden" te laten inzien, dat ik
in iedereen geïnteresseerd ben en dat ik door hun geblèr vaak de liefste
jongens niet eens ken, niet eens weet hoe hun stem klinkt.
Ik ben als het ware bezig om met een kapmes de ruige rietstengels om te
leggen, opdat ik die ene tere kan bereiken. En het geeft intens veel
vreugde als ik een glimlach op zo'n 'stil' gezicht zie verschijnen. En
ik word opnieuw blij, als hij me in de gang groet of later, zelfs wel
eens iets gedurfds naar me roept. Zo'n zogenaamd saaie jongen heeft een
innerlijke schat maar die moet soms omzichtig gedolven worden. Soms is
het moeilijk, maar het blijkt niet onmogelijk.
Een vader was zijn zoontje aan het vertellen, dat er niets onmogelijk is
in de wereld. Dat heeft Napoleon al gezegd, legde de vader uit.
Het kind zei, '' Wacht even, dan zal ik je iets laten zien. Een ding is
er wel onmogelijk, ik heb het uitgeprobeerd.'' Hij liep naar de
badkamer, haalde een tube tandpasta en begon in de tube te knijpen. De
tandpasta kwam eruit en de jongen zei tegen zijn vader,'' Stop de
tandpasta nu maar terug! Als je dat kunt, geloof ik dat Napoleon gelijk
heeft.''
Zo lijkt ook (bijna) niets onmogelijk, hoe verder je in dit boek komt. |