
Osho Boeken Besproken
Nederlandse Osho Boeken 1
pagina 2
pagina 3
pagina 4
pagina 5
pagina 6
Engelse Osho Boeken 1
pagina 2
pagina 3
pagina 4
pagina 5
pagina 6
pagina 7
pagina 8
pagina 9
pagina 10
pagina 11
pagina 12
pagina 13
pagina 14
pagina 15
pagina 16
pagina 17
pagina 18
|
BESPREKING VAN YOGA DE WETENSCHAP VAN DE ZIEL
Yoga is
meestal het eerste van oorsprong oosterse gebeuren waar westerlingen mee
in aanraking komen.
Je denkt hierbij aan allerlei houdingen die de mens in ontspanning
brengen, waarbij zelfs het lange tijd op het hoofd staan behoort.
Bij sommigen werkt het, anderen lukt het niet om tot diepe ontspanning
te komen.
Maar in alle gevallen wordt men, bewust of onbewust meer bij het eigen
lichaam bepaald. Je laat de draaimolens in je hoofd even gewoon draaien,
terwijl je daar tijdens de yoga dan niet mee bezig bent.
Toen ik dan ook met Osho's boeken over Yoga, tien in totaal, in
aanraking kwam, dacht ik dat deze over een soort van bodywork zouden
gaan. Maar zoals alles wat ik door Osho leer kennen steeds weer veel
meer blijkt te zijn dan ik maar kon vermoeden en ook veel dieper gaat,
kwam ik er achter dat Yoga in het oosten een hele wetenschap is die
geopenbaard is door Patanjali. Patanjali heeft in een oneindige reeks
sutra's de wetenschap van yoga, Osho spreekt van "de wetenschap van de
ziel", aan de wereld ontvouwd.
Nu is in 1998 een van de boeken
in de serie, namelijk het eerste deel, opnieuw uitgebracht.
En als altijd ben ik verrast
door wat hier weer voor me ligt: a rare beauty!
Het boek is een symfonie in bruin en goud.
Er staat een prachtige meditatieve foto van Osho voorop en binnenin
vinden we een meer klassieke afbeelding van onze Buddha uit Poona 1.
Vervolgens staat bij elk hoofdstuk een afbeelding van Osho's hand of van
een van zijn handen. En het spel van Osho's handen boeien me altijd
enorm…ik krijg er eenvoudig niet genoeg van om er naar te kijken hoe
Osho's handen "gaan" terwijl hij spreekt en me hierdoor te laten raken.
Dan is nu wat er in het boek staat aan de orde.
Patanjali's sutra luidt:
Nu komt de wetenschap van Yoga.
Yoga betekent het stoppen van de mind.
Dan is er alleen maar het getuige zijn.
In de andere toestanden is er steeds
sprake van je identificeren met de veranderingen van de mind.
Osho legt bij deze sutra uit, dat we in diepe illusies leven. We kunnen
niet in het heden leven; we zijn altijd met het verleden of de toekomst
bezig. Zelfs op klaarlichte dag zijn we nog aan het dromen. De mind
heeft leugens nodig, dromen, illusies; de mind kan niet in de
werkelijkheid bestaan.
De mind heeft dan ook geen toegang tot het pad van yoga. Want yoga wil
de werkelijkheid ontvouwen. Yoga is een methode om te komen tot een
toestand zonder dromen. Yoga is de wetenschap van het hier en nu.
Daarom kun je pas het pad van Yoga betreden als je totaal genoeg hebt
van de mind en van alle spelletjes van de mind. Als je inziet, dat de
mind je alleen maar in een staat van verdoving brengt, dat de mind
alleen maar projecteert…ja, dan ben je rijp voor het pad van Yoga.
Maar dat betekent ook dat er velen zijn die interesse hebben, maar dat
niet zo velen het pad echt gaan.
Want het pad van yoga kan een nieuwe illusie betekenen. Je denkt dat je
nu daar wat uit kan halen en dan ben je dus weer bezig met iets "willen
bereiken" en dat is dus opnieuw een mindgame.
Nee, zegt Osho: het gevoel van totale wanhoop is nodig. Buddha heeft het
hierbij over dukkha: als je al je hoop opgeeft….En daar is moed
voor nodig om je ellende niet met nieuwe hoop af te dekken.
Je hebt het gevoel dat alles zonder enige betekenis is, dat alles wat je
doet zinloos is, dat waar je ook heen gaat, je in feite nergens heen
gaat. Blijf bij dat gevoel, zegt Osho en plotseling valt hoop weg, de
toekomst valt weg. Voor de eerste keer sta je oog in oog met de
werkelijkheid.
Totdat dit moment aanbreekt, gebeurt er niets fundamenteels…je kunt
allerlei houdingen aannemen, maar dat is Yoga niet. Yoga is je naar
jezelf keren en in jezelf gaan, het is een totale ommekeer.
Niet naar de toekomst, niet naar het verleden, maar in jezelf. Want je
wezen is hier en nu.
En het bijzondere van Pantajali
is dat hij dit alles op een wetenschappelijke manier benadert. Dus hij
zegt, dat je deze dingen niet moet geloven, maar je moet ze ervaren, je
moet er mee experimenteren. Als je de weg van Patanjali volgt, zie je
dat het pad zo logisch is; het is net een wiskundige formule. Doe
precies wat hij zegt en er zal resultaat zijn, net als twee plus twee
vier is.
Wellicht zul je je afvragen: is
dat niet saai dan, die mathematische benadering van Patanjali?
Ja, mogelijk lijkt dat in eerste instantie zo, als je met Patanjali
alleen te doen zou hebben. Je zult bij Patanjali alleen uitleg tegen
komen en geen illustratieve parabels. Nee, hij zegt je hoe de weg te
bewandelen.
Maar je hebt niet met Patanjali alleen te maken. Het is Osho die
Patanjali's visie weergeeft. En dat doet hij weer op zijn volstrekt
eigen unieke wijze.
Dus, hij vlecht er inzichten van bijvoorbeeld Buddha en Gurdjeff en
Joodse verhalen tussen door.
Hieruit blijkt weer eens te meer dat Osho een Master of Masters is.
Hij presenteert de visie van een andere meester en doet daar dan
tegelijk zoveel nieuws bij dat het dus zijn visie wordt, waarbij hij
volkomen recht doet aan de oorspronkelijke visie.
Over zijn volstrekt eigen werkwijze vertelde Osho eens het volgende.
Hij heeft de geschriften van heel veel meesters en leraren
becommentarieerd. Dan vroeg men hem later waar hij een bepaalde zin had
aangetroffen, want men had die zin nergens in het oorspronkelijke
geschrift terug kunnen vinden. Nou, zei Osho, dan moeten ze die zin daar
alsnog neer zetten, want die zin hoort daar gewoon te staan.
Hij behandelt de visie van iemand, maar hij geeft alleen een commentaar
dat ook zijn eigen visie dekt.
Omdat Patanjali geen parabels gebruikt, presenteert Osho zelf het
volgende verhaal waar ieder van zal smullen.
Het gaat over de rabbi Baal Shem in een klein dorp. Als er iets naars in
het dorp gebeurde, trok de rabbi het bos in.
Op een bepaalde plek in het bos en onder een bepaalde boom voerde hij
dan een ritueel uit en bad tot God. En altijd gebeurde het, dat de
ellende in het dorp op hield.
Toen overleed deze rabbi Baal Shem en hij had een opvolger.
Opnieuw deden zich nare dingen voor in het dorp. De dorpelingen vroegen
de nieuwe rabbi om het bos in te gaan en tot God te bidden.
De rabbi zat hier erg me, want hij wist de speciale plek en ook de boom
niet te vinden. Hij had er geen idee van, maar hij ging toch maar onder
een boom staan, hij stak het vuur aan, voerde het ritueel uit en hij bad
tot God terwijl hij zei: "Kijk eens aan, ik weet niet naar welke plek
mijn meester altijd ging, maar u weet het wel. U bent almachtig, u bent
alomtegenwoordig, dus u weet het en daarom is het niet nodig om de
plaats precies op te zoeken. Mijn dorp verkeert in moeilijkheden,
luister daarom en doe iets". En de ellende verdween.
Toen deze rabbi stierf, zat zijn opvolger met hetzelfde probleem.
Het dorp verkeerde in een crisis en de dorpelingen kwamen bij de rabbi.
De rabbi wist zich geen raad. Hij kende het gebed niet eens.
Dus, hij ging het bos in en koos een plek uit.
Hij wist niet hoe hij het ritueel met het vuur moest doen, hij stak het
gewoon aan en zei tegen God: "Luister, ik ken het ritueel met het vuur
niet, ik weet niet waar de speciale plek is en ik ben het gebed
vergeten.
Maar u bent alwetend, dus u weet het allemaal al; ik hoef het helemaal
niet te weten. Doe daarom maar wat nodig is." En toen hij terug kwam in
het dorp, bleek de crisis voorbij te zijn.
Toen overleed ook hij. Dezelfde
situatie deed zich weer voor.
Er was weer ellende in het dorp. De dorpelingen wendden zich tot de
nieuwe rabbi. De nieuwe rabbi bevond zich op dat moment rustig in zijn
zetel.
Hij zei: "Luister, ik weet niet waar ik heen moet gaan. U bent overal.
Ik ken het gebed niet, ik ken geen enkel ritueel.
Maar dat doet er niet toe, want u weet alles. Wat is het nut van bidden,
van het uitvoeren van een ritueel en van een speciale heilige plek?
Ik ken alleen het verhaal van mijn voorgangers. Ik zal u het verhaal
vertellen en dat dit zich afspeelde in de tijd van Baal Shem, dat hij
een opvolger had en dat die weer een opvolger had: dit is het verhaal.
Doe nu wat nodig is en dat is genoeg." En de ellende in het dorp
verdween. Er wordt gezegd, dat God heel erg van het verhaal genoot.
Op deze manier maakt Osho het
werk van Patanjali dus heel erg toegankelijk voor ons. Want wat
Patanjali ons te zeggen heeft, is absoluut waardevol.
Zo zegt Patanjali dat we van de ellende die de mind brengt af kunnen
komen.
De mind geeft ons de mogelijkheid tot verkeerd weten en tot juist weten.
Verkeerd weten is het scheppen van illusies, van een valse voorstelling
van zaken.
Je raakt beneveld. Hier precies tegenover staat het juiste weten.
Bij dat juiste weten kom je als je diep in meditatie gaat. Dan zie je de
dingen niet meer als door een sluier, maar dan is alles wat je ziet
waar.
Meestal bevinden we ons in het
gebied tussen verkeerd weten en juist weten. Daarom zijn we ook zo in de
war. Maar af en toe hebben we flitsen van juist weten. En door meditatie
kunnen we meer en meer tot juist weten komen.
En daarbij presenteert Osho dan een toepasselijke mop.
Op een dag wilde Mulla Nasruddin zijn zoon les geven in het drinken. Dus
hij vertelde hem erover. Zij zoon had vragen, hij was nieuwsgierig; hij
vroeg, "Wanneer moet je stoppen?".
Nasruddin zei: "Kijk eens naar die tafel. Daar zitten vier mensen. Op
het moment dat je er acht gaat zien, moet je stoppen!" De jongen zei:
"Maar pa, er zitten daar maar twee mensen!"
Veel plezier met Pantali zoals Osho hem aan ons ontvouwt!
|