| BESPREKING VAN THE WAY BEYOND ANYWAY
Deze titel
van een van Osho's nieuwste boeken maakt je toch direct nieuwsgierig….
of is dat soms niet zo?
Vaak hebben we het over het pad dat we gaan of over het zoeken van onze
weg in het leven. En dan suggereert deze titel, dat er een weg is die
verder gaat dan elk pad.
Osho legt ons in dit boek uit,
dat we ons niet snel aan een paar wijsheden moeten vastklampen en
vervolgens onze weg gaan, want dat is geen spirituele zoektocht.
Het gaat om transformatie. Je kunt pas tot weten, tot inzicht komen als
je getransformeerd bent.
Voor die tijd loop je als een
slaapwandelaar door het leven en denk je er met een paar treffende
waarheden wel te komen.
Dit boek THE WAY BEYOND ANYWAY gaat over de Sarvasar Upanishad . En
Sarvasar Upanishad wil zeggen: de meest essentiële inzichten van alle
wijsheid op esoterisch gebied.
Maar die wijsheid is zo
delicaat, zo verfijnd dat zij tamelijk ver van ons normale begrijpen af
staat.
Want, ga maar na, zegt Osho, het
is al moeilijk om uit alles wat er op je af komt alleen het
betekenisvolle te halen en dat wat geen betekenis heeft te laten voor
wat het is. Maar om uit dat wat wel betekenis heeft het meest
betekenisvolle te onderscheiden is bijna onmogelijk. Of bekijk het eens
zo: goud zoeken in stof is niet gemakkelijk; je komt nogal wat
hindernissen tegen. Maar om uit goud het allerpuurste goud te halen, dat
is bijna onmogelijk.
Laten we bij het lezen van dit boek dus niet te snel denken dat
we wel weten waar het over gaat.
We moeten onze intellectuele kennis terzijde laten of gewoon
onwetend zijn, voordat we toegang hebben tot wat de Sarvasar
Upanishad ons aanreikt.
Het gaat niet om het oppotten van kennis, het gaat om een
revolutie in ons wezen. |
 |
In dit boek heeft Osho het over de verschillende lagen oftewel body's
(lichamen) waaruit de mens is opgebouwd.
De meest bekende laag is het fysieke lichaam; het fysieke lichaam is
niet van onszelf.
Dat hebben we via erfelijkheid van onze ouders gekregen en zij weer van
hun ouders en zo gaat dat steeds verder terug.
Dus: het fysieke lichaam, dat zijn we zeker niet.
We kunnen het fysieke lichaam wel beïnvloeden door bijvoorbeeld de
manier waarop we ons voeden.
Het tweede lichaam is het vitale
lichaam, het prana-lichaam of het energie lichaam.
Dit lichaam wordt pas kenbaar als het eerste lichaam transparant wordt.
Is dit niet het geval, dat het transparant worden van het fysieke
lichaam plaats vindt, dan blijft het prana-lichaam onbekend voor ons:
het is dan alleen maar hypothetisch aanwezig. Dan weet je dus wel, dat
achter het fysieke lichaam het prana-lichaam schuil gaat, maar het
blijft een vermoeden.
Bij poëzie en muziek kunnen we iets van dit energielichaam merken,
namelijk van de subtiliteit ervan.
Want poëzie en muziek die je echt raken, komen binnen in het
prana-lichaam, in het energielichaam.
De derde laag wordt gevormd door
het mentale lichaam.
Het wordt gevoed door gedachten, door taal, door woorden. Hoe meer
gecultiveerd we zijn, des te groter is ons mentale lichaam.
Alles wat we geleerd hebben is daar opgeslagen.
En wat we het eerst geleerd hebben, zoals onze moedertaal, zit het
diepst in ons mentale lichaam verborgen.
Welke andere taal we later ook vloeiend leren spreken, onze moedertaal
zit het diepst in ons.
Ons mentale lichaam is dus vol
gedachten en vooral vol tegenstrijdige gedachten; het is een echte
chaos, daar.
En mensen denken, dat ze van die tegenstrijdigheden, van die warboel
kunnen genezen.
Maar hoe kun je van iets genezen, zegt Osho, wat je zelf veroorzaakt.
De mensen zijn zelf de oorzaak van de chaos. Ze zijn vierentwintig uur
bezig met onszelf in de war te maken. En dan klagen ze erover dat ze
zich zo rusteloos voelen. Osho vertelt, dat er een man bij hem kwam die
zei: " Ik wil tevreden zijn met mijn leven, ik wil voldoening hebben,
maar ik kan niemand vertrouwen. Nu ben ik bij u gekomen en u vertrouw ik
ook niet, maar kunt u me toch zeggen hoe ik een tevreden mens kan
worden?"
"En", zo gaat Osho verder "ik
zei hem dat ik het hem zou vertellen, maar dat hij de methode toch niet
zou vertrouwen.
Ik zei: hou maar op met te proberen om tevreden te worden, want je zoekt
in feite naar ontevredenheid.
Iemand die geen mens vertrouwt, kan alleen maar ontevredenheid voelen.
Als iemand anderen steeds meer gaat wantrouwen, verliest hij op een
zeker moment ook het vertrouwen in zichzelf en hoe kan hij dan nog
tevreden zijn?
Tevredenheid komt als iemand
zijn vertrouwen behoudt ondanks dat de situatie vol tegenstrijdigheden
is en de situatie er in feite één is om vol wantrouwen te zijn.
Als je dan toch blijft vertrouwen, zul je je ook, vroeger of later,
tevreden gaan voelen.
Kijk eens naar het volgende
verhaaltje hoe mensen het zichzelf onmogelijk maken om tevreden te zijn.
Mulla Nasruddin vroeg zijn zoon om op een ladder te klimmen.
De jongen was ongeveer tien jaar oud. Beneden stond Mulla met
uitgespreide armen en hij vroeg zijn zoon om naar beneden te springen.
De jongen aarzelde: "Dan val ik toch!" zei hij.
Nasruddin zei tegen hem:
"Domoor, je vader staat hier toch om je in zijn armen op te vangen, hoe
kun je dan vallen?" "Ik ben bang" zei de zoon.
Nastruddin zei tegen hem: "Waarom zou je bang zijn, als ik hier sta?"
De zoon aarzelde, maar de vader haalde hem over en de jongen sprong.
Nasruddin liep weg. De jongen
viel op de grond en bezeerde zijn knieën.
Hij vroeg aan zijn vader:
"Waarom hebt u dat gedaan?"
Nasruddin zei: "Ik heb je een levensles gegeven en die is: heb zelfs
geen vertrouwen in je vader. Deze wereld is niet te vertrouwen; er zijn
alleen maar bedriegers in deze wereld en verder niet."
Als je zo'n mentaliteit hebt kun
je geen tevreden mens worden.
Tevredenheid is alleen mogelijk als je in een bepaalde geestelijke
conditie bent. En dat betekent dat je houding vol vertrouwen is.
Ontevredenheid betekent dat je vol twijfel zit. Tevredenheid en twijfel
zijn als combinatie niet mogelijk.
In onze twijfel klampen we ons vast aan allerlei futiliteiten. We
creëren onze zekerheden en raken daar dan weer in verstrikt.
Zo was Mulla Nasruddin ook bezig
toen hij eens in een groot bedrijf werkte.
Er moest glaswerk verzonden worden. En de baas van Mulla zei hem een
label op de doos te plakken opdat duidelijk zichtbaar was welke kant
boven moest zijn en de doos niet op z'n kop gezet zou worden.
Dus Mulla maakte de doos in orde en voorzag deze van labels en
vervolgens werd de doos verstuurd.
Toen zijn baas later navroeg of hij toch vooral niet vergeten was om het
label 'deze kant boven' op de doos aan te brengen, antwoordde Mulla:
"Vergeten! Natuurlijk niet! Ik heb dat label overal op de doos geplakt,
zodat het aan alle kanten zichtbaar is."
Ja, dat is láchen, inderdaad!
Maar als je zoveel zekerheden aanbrengt, krijg je net niet meer in orde
wat je juist wilde bewerkstelligen.
Dit boek is dus echt iets voor
lezers met esoterische belangstelling en ook voor hen die nieuwsgierig
blijven, die een gezonde nieuwsgierigheid hebben naar wat Osho ons
steeds weer te vertellen heeft. Want Osho's boeken blijken steeds weer
zo waardevol te zijn, tot ver over de grenzen van de 20e
eeuw. |