Bodhidharma the Greatest Zen master


 Commentaries on the teachings of the Messenger of Zen from India to China

De Zenmeester Bodhidharma staat bekend als degene door wie thee als bewustmakende drank ontstaan is. Ook is hij de meester die zeer hoge eisen aan het toelaten van discipelen stelde.
Ze moesten vaak tot het uiterste gaan om hem hun bereidheid tot overgave te tonen. Hierbij ging een discipel Bodhidharmazover, dat hij zijn hand afhakte en die voor de meester neergooide.
Dit boek is lange tijd niet verkrijgbaar geweest en nu in een zeer mooie herdruk verschenen. Verlichte mensen zoals Bodhidharma schrijven niet, maar hun talks worden opgetekend door anderen. Daardoor ontstaan er nogal wat misverstanden omdat er interpretatie van de woorden van de meester plaats vindt.
Osho wil door deze serie lezingen volkomen recht doen aan wat Bodhidharma zelf bedoeld heeft.

Het boek is te verkrijgen in de Boekhandel. 

Het ontdekken van thee door Bodhidharma

Gewaar zijn wordt mogelijk door gevoeligheid. Bij alles wat je doet, dien je gevoeliger te worden, zodat zelfs iets nietszeggends als thee… Kun je iets nietszeggenders aanwijzen dan thee? Kun je iets gewoners vinden dan thee? Nee, en toch hebben de zenmonniken en zenmeesters dit doodgewone artikel verheven tot iets heel buitengewoons. Ze hebben een brug geslagen tussen ‘dit’ en ‘dat’… alsof thee en God één zijn geworden. Zo lang thee niet goddelijk wordt zul jij niet goddelijk worden, aangezien het minste moet worden verheven tot het hoogste, het gewone moet worden verheven tot het buitengewone, de aarde moet hemel worden. Er moet een brug tussen geslagen worden, er mag geen kloof tussen blijven bestaan.

Thee is ontdekt door Bodhidharma, de stichter van zen. Het is een schitterend verhaal:
Hij mediteerde negen jaar lang met zijn gezicht naar de muur. Negen jaar, zijn blik alleen op de muur gericht, onafgebroken — het valt te begrijpen dat hij soms in slaap dreigde te vallen. Hij bleef tegen zijn slaap vechten — let wel de metafysische slaap, het onbewuste. Hij wilde zelfs tijdens zijn fysieke slaap bewust blijven. Hij wilde een ononderbroken bewustzijn hebben; het innerlijke licht moest dag en nacht blijven branden, vierentwintig uur lang. Dat is wat dhyana, meditatie, is: gewaarzijn.
Op een nacht voelde hij dat het onmogelijk werd om wakker te blijven, hij dreigde in slaap te vallen. Hij sneed zijn oogleden af en wierp ze weg. Nu kon hij zijn ogen niet meer sluiten. Het verhaal is schitterend. Om innerlijke ogen te verkrijgen, dienen de uitwendige ogen weggegooid te worden. Zo’n hoge prijs moet daarvoor betaald worden.
En wat gebeurde er? Na een paar dagen zag hij dat de oogleden die hij op de grond gegooid had, kleine plantenscheuten waren geworden. Uit die scheuten ontwikkelde zich de theeplant. Daardoor komt het dat er, als je theedrinkt, iets van Bodhidharma over je komt en je niet in slaap kunt vallen. Bodhidharma mediteerde op de berg T’a, vandaar het woord thee. De naam komt van de berg waarop Bodhidharma negen jaar gemediteerd heeft. Dit is een legende.

Als de zenmeester zegt: ‘Drink een kopje thee,’ bedoelt hij: ‘Krijg een beetje de smaak van Bodhidharma te pakken. Maak je niet druk om vragen als: bestaat God werkelijk, is er een hemel en is er een hel, wat houdt de leer van karma en wedergeboorte in?’ Als de zenmeester zegt: ‘Vergeet die dingen maar rustig. Drink een kopje thee,’ wil hij daarmee zeggen: ‘Word maar liever bewust, verdiep je niet in die nonsens. Die brengt je geen stap verder.’

Review van Bodhidharma the Greatest Zen master

Geïnitieerd door een vrouw Pragyatara

Er is enkele jaren geleden nieuwe druk uitgekomen van Osho’s commentaren op de Zenmeester Bodhidharma. En het is lang geleden, dat dit boek verkrijgbaar was. Osho heeft een zeer grote liefde voor de levensstroming zen en de meeste lezingenseries heeft hij dan ook daaraan gewijd. Dat zijn er, gezien de bijna 700 boeken die op zijn naam staan, toch een heel groot aantal. Voor Bodhidharma geeft hij te kennen echt een zwak te hebben. Hij schat hem zelfs hoger in dan Boeddha. En op zich is dat waarschijnlijk en begrijpelijk, omdat Bodhidharma zich na Boeddha manifesteerde, maar het is uiteraard geen garantie om dan ook tot grotere hoogte stijgen. Een van de uitingen daarvan was, dat Boeddha principieel geen vrouwelijke discipelen aannam. Hij was van mening, dat zijn monniken te zeer afgeleid zouden worden, als er vrouwelijk schoon in hun omgeving was. Dit principe hield hij vele jaren in stand, totdat hij op een gegeven moment niet anders meer kon. Toen had zich namelijk een vrouw die zijn verzorgster geweest was bij Boeddha gemeld om zijn discipel te worden. Met de grootst mogelijke tegenzin heeft hij haar tenslotte geïnitieerd, maar hij bleef in feite toch tegen vrouwelijke discipelen.

En bij Bodhidharma is dus iets gebeurd, dat in lijn met de visie van Boeddha nooit mogelijk geweest was. Hij is namelijk geïnitieerd door een vrouw, met de naam Pragyatara.
En het was deze vrouw, die Bodhidharma de opdracht gaf om naar China te gaan. Zeshonderd jaar voordat dit plaatsvond, had het boeddhisme ingang gevonden in China. En dat gebeurde op zo’n manier als nooit elderst vertoond was. Er bleek toen een duidelijke voedingsbodem in China te bestaan voor de boodschap van Boeddha. En men was nu ook weer zo behoeftig, na de verregaande invloed van Confucius, die het volk niet meer dan de moraal en puriteinse leefregels had weten te bieden.

Van de innerlijke wereld en de mysteriën daarbinnen, had deze totaal geen weet. Hij zag het hele leven als iets dat zich aan de buitenkant afspeelde en dat verfijnd kon worden door hem bij te schaven, te cultiveren en op die manier schoonheid te geven. Hoewel veel Chinese mensen geen connectie voelden met de visie van Confucius, ging men hier stilzwijgend in mee, want men kon niet anders. Confucius beheerste het denken in China en er was geen sprake van een tegenbeweging die zich kon ontwikkelen. Er waren wel mystici die er een andere visie op na hielden dan Confucius, maar zij waren alleen mystici, zoals bijvoorbeeld Lao Tzu, Chuang Tzu, Lieh Tzu en zij waren geen meesters. Zij hielden zich beperkt tot de kloosters waarvan ze aan het hoofd stonden en hielden zich daar met slechts enkele discipelen op.

Het Chinese volk ontving tijdens de overheersing van Confucius geen voeding voor hun ziel, maar dat betekende niet dat ze niet hadden. Ooit had de visie van Boeddha de ziel van de Chinezen weten te bereiken en nu was er weer zo iemand nodig. Daarom werd Bodhidharma door zijn vrouwelijke meester Pragyatara naar China gestuurd. De tijd was er absoluut rijp voor. Bodidharma was de eerste verlichte die China binnenging. En dan ook nog wel een van een zeer bijzonder kaliber: van alle verlichte boeddhisten komt hij op de tweede plaats na Boeddha, aldus Osho. En het zeer bijzondere is dus, dat hij zich door een vrouw heeft laten initiëren. Hiermee heeft hij duidelijk aan willen tonen, dat ook een vrouw de verlichte staat van zijn kan bereiken en vervolgens, dat haar discipelen op hun beurt ook nog eens tot verlichting kunnen komen, zo wordt door Osho in dit boek uiteengezet. Uit dit feit blijkt dus al, hoe bijzonder deze Bodhidharma is en afgezien hiervan bestaan er nog veel meer speciale verhalen over hem. Zo heeft hij meteen bij aankomst in China al het lef gehad om de toenmalige Chinese heerser Wu een danig lesje te leren. Keizer Wu had een behoorlijk hoge dunk van zichzelf, omdat hij veel geld stopte in het toegankelijk maken van de boeddhistische geschriften. Maar daar hoefde hij bij Bodhidharma niet mee aan te komen. De keizer was hier alleen met het oog op de buitenkant mee bezig, het innerlijk kwam niet aan bod. En Bodhidharma maakte hem daarom op een onorthodoxe en bijna woeste manier attent op zijn beperktheid. Zolang keizer Wu zijn eigen innerlijke stem niet kon horen, was zijn inzet voor de verspreiding van de boeddhistische geschriften zinloos, aldus Bodhidharma. Zolang hij dacht goede werken te doen en hiervoor beloond te zullen worden, had hij niets van de visie van Boeddha begrepen. Boeddha legde de nadruk op ‘desirelessness’ en deze Wu deed juist alles met een duidelijke begeerte in zijn achterhoofd.
Zoals alle verlichte meesters heeft Bodhidharma nooit zelf iets op schrift gesteld van zijn visie. Er bestaan drie boeken die op zijn naam staan, maar die opgetekend zijn door een van de discipelen. Osho geeft aan, dat het duidelijk is, dat deze discipel aan de uitspraken die Bodhidharma ten opzichte van zijn gehoor deed, zijn eigen interpretatie gegeven heeft. En hij zet dan ook hier en daar de nodige vraagtekens en brengt correcties aan bij wat er geschreven staat door de discipel naar wat Bodhidharma feitelijk bedoeld zal hebben.
Het is werkelijk fantastisch, dat Osho de wijsheid van Bodhidharma voor ons ontvouwt. Als je de soetra’s van Bodhidharma op zich bekijkt, zijn ze enorm compact. Het is bijna niet mogelijk om daar, al lezende, de essentie uit te halen. Ook worden er boeddhistische termen en stellingen in de tekst weergegeven, waarmee niet iedereen vertrouwd is. Osho licht deze toe en verbindt ze met zijn visie, waardoor het geheel prettig leesbaar wordt en toegankelijk is.
Zo benadrukt Bodhidharma het belang van het handelen vanuit ‘totaal zijn’, wat een van de basisprincipes van zen is. Bodhidharma legt daarbij ook zijn bekende radicaliteit aan de dag. Hij geeft te kennen, dat het beter is om niet te handelen als je het niet in totaliteit kunt doen. En om dat te realiseren is het nodig, dat je je bewust bent van je totale wezen en dat je actie daar dus vandaan komt. Zij dient niet uit maar een klein deel van jou te stammen, want dan weet je niet zeker of het goed is. Over het algemeen zijn mensen verdeeld in hun mind, het ene deel wil op de ene manier handelen en het andere deel op een daarvan afwijkende. Dan is er dus geen sprake van totaliteit en zal er sprake zijn van halfslachtig handelen of van bezig zijn op een manier die totaal verkeerd uitpakt. De totale zienswijze van Bodhidharma hieromtrent luidt als volgt:
‘Handel totaal en intens en doe dit absoluut bewust en vanuit spontaniteit. Dan zal alles wat je doet goed zijn.’
Er staan prachtige illustratieve verhalen in dit boek, die de uitspraken van Bodhidharma begrijpelijk en actueel maken. En die gaan over filosofen, mystici, religieuze leiders en anderen uit onze tijd. En natuurlijk worden er ook de nodige grappen gedebiteerd, waardoor de tekst sappig wordt en er ontspanning bij de lezer ontstaat waardoor de tekst gemakkelijk diep doordringt. Zo kan een boek met informatie veel meer worden, namelijk een weg naar transformatie. Bodhidharma staat bekend vanwege de radicaliteit van zijn optreden als 
Zenmeester. Hij is wars van elke compromis dat mensen geneigd zijn om te sluiten. Zo gaat het verhaal over hem, dat hij negen jaar met zijn gezicht naar de muur toegewend mediteerde. Zelfs als er mensen bij hem kwamen die tot discipel geïnitieerd wilden worden, draaide hij zich niet om. De persoon in kwestie moest maar aantonen, dat hij het waard was om Bodhidharma’s discipel te zijn. Eén man was zo verlangend om zich door hem te laten initiëren, maar Bodhidharma bleef maar met zijn rug naar hem toegewend zitten. Allerlei manieren van praten, zoals het uiten van smeekbeden en overtuigingskracht hielpen niet. Toen heeft de man uiteindelijk zijn eigen hand afgehakt en die voor Bodhidharma neergegooid. En luid en duidelijk sprak hij daarbij: ‘Draait u zich nu wel om, om mij te initiëren? Anders zal ik mijn hoofd afhakken en dat voor u neergooien.’ Bodhidharma wilde de ware motivatie van mensen naar boven halen.

Men zegt ook, dat de welbekende thee als opwekkende drank oorspronkelijk van Bodhidharma afkomstig is. De negen jaar dat hij met zijn gezicht naar de muur gekeerd mediteerde, was er bij hem uiteraard regelmatig de neiging om in slaap te vallen. En deze slaap moet dan in de betekenis van ‘in onbewustheid terugvallen’ opgevat worden. Hij was erop uit om in continu bewustzijn te verkeren, zijn innerlijke licht moest dag en nacht blijven branden. Op een zeker ogenblik voelde hij, dat het onmogelijk was om wakker, alert en bewust te blijven en hij dreigde weg te zakken. In zijn radicaliteit sneed hij zijn oogleden af en gooide ze weg. Op die manier zouden zijn ogen niet meer dicht kunnen vallen. De symboliek is duidelijk: om innerlijke ogen te krijgen, moet er afstand gedaan worden van de uitwendige ogen.

Het bijzondere wat er daarna gebeurde is, dat op de plaats waar de oogleden op de aarde gevallen waren, er nu kleine plantenscheuten te zien bleken. En uit deze scheuten ontwikkelde zich de theeplant. Sindsdien staat thee bekend als een drank die ondersteunend is voor meditatie. Het woord thee komt van de naam T’a en dit is de berg waarop Bodhidharma zoveel jaar mediteerde.

Fragment uit Bodhidharma the greatest Zen master

Understanding comes in mid-sentence. What good are doctrines?
The ultimate truth is beyond words.
Doctrines are words. They are not the way. The way is wordless.
Words are illusions.
They are no different from things that appear in your dreams at night, be they palaces or carriages …. Don’t conceive any delight for such things.
They are all cradles of rebirth.
Keep this in mind when you approach death.
Don’t cling to appearances, and you will break through all barriers.

This is a great statement to be remembered because everybody is going to pass through the gates of death someday. If you can remember that you are only pure consciousness — not the body, not the mind, not the heart, not your money, not your prestige, not your power, not your house, but just pure consciousness — then you can pass through the barrier of death unscratched. Then death cannot make even a dent in you.
Death has power over you only if you are attached.

You are not afraid of death. The basic psychology is you are afraid of death because it will take you away from all your attachments. If it were possible that you could take your wife and your children and your house and your money and your power and everything that you think belongs to you, with yourself when you are dying, I don’t think you would be afraid. You would rejoice; a great adventure — going with the whole caravan. But death cuts everything away from you, leaves you utterly naked — only as a consciousness ….

In the UPANISHADS there is an ancient story that I have always loved. A great king named Yayati became one hundred years old. Now it was enough; he had lived tremendously. He had enjoyed all that life could make available. He was one of the greatest kings of his time. But the story is beautiful ….
Death came and said to Yayati, “Get ready. It is time for you, and I have come to take you.” Yayati saw Death, and he was a great warrior and he had won many wars. Yayati started trembling, and said, “But it is too early.” Death said, “Too early! You have been alive for one hundred years. Even your children have become old. Your eldest son is eighty years old. What more do you want?”

Yayati had one hundred sons because he had one hundred wives. He asked Death, “Can you do a favor for me? I know you have to take someone. If I can persuade one of my sons, can you leave me for one hundred years more and take one of my sons?” Death said, “That is perfectly okay if somebody else is ready to go. But I don’t think …. If you are not ready, and you are the father and you have lived more and you have enjoyed everything, why should your son be ready?”

Yayati called his one hundred sons. The older sons remained silent. There was great silence, nobody was saying anything. Only one, the youngest son who was only sixteen years of age, stood up and he said, “I am ready.” Even Death felt sorry for the boy and said to the young man, “Perhaps you are too innocent. Can’t you see your ninety-nine brothers are absolutely silent? Someone is eighty, someone is seventy-five, someone is seventy-eight, someone is seventy, someone is sixty — they have lived — but they still want to live. And you have not lived at all. Even I feel sad to take you. You think again.”

The boy said, “No, just seeing the situation makes me completely certain. Don’t feel sad or sorry; I am going with absolute awareness. I can see that if my father is not satisfied in one hundred years, what is the point of being here? How can I be satisfied? I am seeing my ninety-nine brothers; nobody is satisfied. So why waste time? At least I can do this favor to my father. In his old age, let him enjoy one hundred years more. But I am finished. Seeing the situation that nobody is satisfied, I can understand one thing completely — that even if I live one hundred years, I will not be satisfied either. So it doesn’t matter whether I go today or after ninety years. You just take me.”

Death took the boy. And after one hundred years he came back. And Yayati was in the same position. And he said, “These hundred years passed so soon. All my old sons have died, but I have another regiment. I can give you some son. Just have mercy on me.”

It went on — the story goes on to say — for one thousand years. Ten times Death came. And nine times he took some son and Yayati lived one hundred years more. The tenth time Yayati said, “Although I am still as unsatisfied as I was when you came for the first time, now — although unwillingly, reluctantly — I will go, because I cannot go on asking for favors. It is too much. And one thing has become certain to me, that if one thousand years cannot help me to be contented, then even ten thousand will not do.”

It is the attachment. You can go on living but as the idea of death strikes you, you will start trembling. But if you are not attached to anything, death can come this very moment and you will be in a very welcoming mood. You will be absolutely ready to go. In front of such a man, death is defeated. Death is defeated only by those who are ready to die any moment, without any reluctance. They become the immortals, they become the buddhas.

Excerpt from Osho, Bodhidharma: the greatest zen master